Openingstijden | Route | Contact | Zoeken:

Lid van

Noëlla Roos

 

Noëlla Roos, Indian Dance, Daju


 


Als dochter uit een kunstenaarsfamilie, kreeg Noella Roos het kunstzinnig talent met de paplepel ingegeven. In dit artistieke milieu lag de weg open om haar beeldende kwaliteiten ten volle te ontwikkelen. Noella volgde kunstopleidingen aan de academies in Groningen, Antwerpen en Den Haag. 





Haar schilderijen en tekeningen verraden een klassieke en technische onderbouwing die bij deze generatie kunstenaars nog maar zelden te zien is. Immers, op de Nederlandse kunstacademies wordt de persoonlijke ontplooiing en ontwikkeling tot vervelens toe centraal gesteld ten koste van de beheersing van de techniek. Noella Roos was dan ook een zeer eigenzinnige studente die, wars van de gangbare ‘mode', haar eigen pad koos en buiten de academies veel heeft kunnen leren van Bart Holt, Mathijs Röling en Eddy Roos. 


Noella zoekt haar inspiratie in de rijke schilderkunstige traditie van Rembrandt, Michelangelo en  Käthe Kollwitz.   


In tegenstelling tot haar ‘vluchtige' tekeningen, waarin Noëlla Roos eerder op zoek is naar de emotie van dansers, zoekt ze in de olieverven meer naar het onderliggende karakter van de modellen. Sinds 1998 schildert Noella portretten met het doel de binnenwereld van de geportretteerde modellen te onderzoeken. Het zijn geen expressieve portretten; de grondtoon is eerder bezonken en verstild. De figuren kijken de toeschouwer maar zelden direct aan, de contemplatieve blik richt zich naar binnen en het model komt uit het niets naar voren. De achtergrond is leeg. Noella's atelier is eigenlijk ook een ‘lege' ruimte zodat alle aandacht ongestoord naar het model kan uitgaan, ‘omgevingslawaai' zou teveel afleiden. 


Dikwijls laat Noella in het schilderij leemtes ontstaan. Zonder noemenswaardige begrenzing loopt de ongedefinieerde achtergrond in de figuren over. Er zijn geen strakke contouren die de figuren opsluiten. Deze openheid komt de ruimtelijkheid en de plasticiteit in het werk ten goede, het geeft lucht aan de beschouwer die hierdoor de mogelijkheid heeft de figuren ‘af' te denken. Bovendien  versterken deze ‘leemtes' de ‘zeggingskracht' van de expressie. Net als in de poëzie wordt de zeggingskracht van een tekening of schilderij mede bepaald door wat er ‘tussen de regels' staat. Dit is veel interessanter dan de exacte benoeming of weergave.  


Door het, overwegend, tonale kleurgebruik komt het theatrale licht/donker contrast nog beter tot z'n recht. Het gelaat doemt op, een lichtvlek geeft het juiste accent en is precies goed geplaatst. Het portret is niet letterlijk ingeschilderd maar opgebouwd uit losse, pasteuze verftoetsen waardoor het lijkt te vibreren.. 


Op het gevaar af in cliché's te vervallen zoekt Noëlla Roos naar de iconen van de cultuur waarin ze leeft. Wanneer maakt de traditie plaats voor nostalgie? Hoewel de hang naar het exotische lijkt op, een voor de romantiek zo kenmerkende, vlucht naar verre oorden of het nostalgische verleden, is het gespeend van iedere vorm van dramatiek. Men zou hier eerder kunnen spreken van een gekuiste vorm van romantiek. Het verstilde poëtische beeld overstijgt het illustratieve. 


Noella Roos heeft de laatste 10 jaar gewerkt in Sri Lanka en Vietnam en exposities georganiseerd in deze beide landen, alsmede in Hong Kong, Nederland en India.


Motivation and inspiration


For many years now I have been drawing moving/dancing models. For me this is a subject I never grow tired of. The movements of the muscles; which ones are relaxed and which ones tensed? Which ones are larger or smaller than the other dancers? How does the light reflect on them? All this causes me to see new landscapes time and again. I will continue drawing the dancing models until I understand the movements of the model. Hence I prefer to work for long periods at a time with one model.


What do I find important in my work?

For me, a good drawing or painting needs to have abstraction, architecture, movement, anatomy and emotion.


To abstract
I try to simplify the dance to uncomplicated basic forms and shapes like a circle or a cross. Abstracting this way will create a spatial drawing.


Architecture
Connections
Making connections between, for example, a hand and the head. I do this literally by drawing lines and very often this is still visible in my drawings. In the above drawings one can see this in the connection between hand and leg. Probably, in reality this connection was not present during drawing.


Despiau made statues full of connecting lines. If one would hold a ruler next to his statues, it would be visible that each line is connected to another. For example, a shoulder-line will end exactly at the tip of the ear.


Proportions
As the proportions of the church tower to the main church building, also the head has its proportions to the human body, as also the drawn dancer to my sheet of paper. I often use the Golden Mean to calculate the proportions. Very often one uses the Golden Mean proportions subconsciously. In doubt, however, whether the drawing or painting has too much background or moves too much to one side, I very often take a ruler and a calculator and will calculate the Golden Mean proportions of the depiction.


In my drawings I exaggerate the above mentioned abstraction and architecture in order to make a clear drawing. This also causes my drawings to be a non-exact representation of reality.


Movement
Arabesque
In drawing a moving model one would try to set-up as quickly as possible the arabesque, or the ‘movement curve'. Very often this is the imaginary line which runs through the middle of the person; the line which would pull the dancer up by its head if it were a puppet. This line is the basis of all my drawings, but also of my paintings. This line will already indicate at an early stage what will happen to the rest of the drawing. Alberto Giocometti is a good example of an artist who has reduced its work to a near arabesque.


Perspective
In my drawings I suggest movement by means of perspective, and primarily through fading of the lines. I try to make these lines as lively as possible, with many grey-tones and through the use of thin and thick lines. I try to avoid black as much as possible since it has the tendency to cause ‘holes' in the perspective.


In my paintings I try to suggest movement and liveliness through the use of brushes, thick and thin lines, but also by using ‘clear' and ‘non-clear' colours. Also the sharpness and un-sharpness of the depiction can suggest movement.



Anatomy
The anatomy of a model in movement is more interesting than that of a motionless model because of the constant changes in the shape of the muscles. Each line (contour) of the leg of my model represents a collection of muscles. It makes all the difference if a model stands on the leg in question, or whether it hovers above the floor. Tensed muscles are different in shape than relaxed muscles. Where the muscle is connected to a bone the line which represents this will be drawn blacker, which indicates the bone. In the example below the pelvis is drawn blacker than the upper leg muscles, while remaining one (contour) line.


 



Emotion/ character
In the past years I have been inspired by the emotions which the dancers showed while dancing.



 







 


 which the dancers showed while dancing.